Gisteren was er een groot crypto-valuta-debat in de Tweede Kamer. Hoewel dat vooral de wetenschap opleverde dat veel kamerleden niet echt begrijpen hoe cryptovaluta in elkaar steekt was er wel een thema bij de sprekers: de roep om regulering van de digitale munten.

De Nederlandse Bank, die daar natuurlijk wel meningen over heeft, is het daarmee eens. Die zijn ook blij dat de EU een nieuwe richtlijn tegen witwassen en terrorismefinanciering heeft aangenomen. Het is op dit moment te veel het wilde Westen in cryptovaluta-land.

Dat is eigenlijk het centrale punt dat DNB heeft, want ze zien Bitcoin en andere cryptovaluta (alweer terecht) niet als geld. Het wordt pas interessant als cryptovaluta wordt omgezet naar echt geld. Dan moet er gecontroleerd worden waar dat vandaan komt en waar het uiteindelijk naar toe gaat.

ICO’s

De collega’s van de Autoriteit Financiële Markten hebben andere zorgen. Naast de alarmerende trend van de gamification van financieel beleggen maken ze zich vooral zorgen om de ICO’s (Initial Coin Offerings), de soort van beursgangen van cryptovaluta. Die zijn wild, gevaarlijk en moeten zo snel mogelijk gereguleerd worden, liefst voordat ze in Nederland bekendheid en populariteit gaan krijgen.

Het probleem met een ICO is dat het een soort financieringsronde is waarbij de mensen die investeren echter geen enkele garantie hebben omdat een ICO helemaal niet hoeft te voldoen aan de strenge regels van bedrijfsfinanciering en beursgangen. En als het misgaat? Dan heb je vette pech. Er is geen regulering, en de blockchain waar iedereen zijn geld in steekt is helemaal niet zo gedecentraliseerd als het lijkt.

Cryptovaluta en blockchain zijn prachtige innovaties. Maar als de revolutionaire decentrale theorie van cryptovaluta in aanraking komt met de realiteit van luie gebruikers, snelle jongens en criminelen, blijkt het toch anders te lopen.

– Teunic Brosens, econoom ING

Powered by WPeMatico