“Is het nou een keer genoeg geweest met al die fucking remasters?” roep ik bijna elke week als ik weer een oude game zie die terug wordt gebracht op de huidige generatie consoles en pc. Althans, dat roep ik totdat er iets langskomt waar ik zelf fijne herinneringen aan heb, want dan is het ineens een ander verhaal. Remaster-hypocrisie terzijde was het met Burnout Paradise een ander verhaal voor mij.

Ik vond Paradise namelijk niet zo’n geslaagde Burnout toen ‘ie de eerste keer uitkwam. Ik zat nog helemaal in de roes van Burnout 3: Takedown en vooral Burnout Revenge. Die game was het helemaal voor me, met het keiharde wegbeuken van tegenstanders, crash mode, en de belachelijke snelheden die gehaald werden in de dit-is-nou-een-arcade-racer.

Ik was in eerste instantie enthousiast over het idee van Paradise, maar eenmaal aan het spelen was ik niet onder de indruk. Wel van het grote eiland waar je ongestoord over kon rondrijden, maar niet zozeer dat ik mijn eigen races moest zoeken, dat ik bij een mislukte race steeds terug moest naar het beginpunt om het nog een keer te proberen en al die multiplayer hoefde van mij ook eigenlijk niet.

Powered by WPeMatico