We hebben er lang op moeten wachten, maar vandaag is ‘ie te bestellen: de Oculus Go, de volledig standalone VR headset van Facebook-dochter Oculus. Het bedrijf dat als eerste serieus met virtual reality aan de slag ging een aantal jaar geleden heeft nu een headset waar je geen dikke pc of mobiele telefoon meer voor nodig hebt, maar die het gewoon doet als je ‘m op je hoofd zet. Het frappante is de prijs: de Oculus Go is in twee smaakjes te krijgen, eentje met 32GB intern geheugen voor 220 euro en eentje met 64 GB voor 50 euro meer.

Dat is een prijs waar je als VR-nieuwsgierige misschien best over wilt nadenken, maar dat moet het ding wel goed zijn. Ik heb er de afgelopen dagen mee kunnen spelen en tot mijn verrassing kan ik het verschil tussen de Oculus Go en mijn op de pc aangesloten Rift niet echt zien. Sterker nog: ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de kwaliteit van de lenzen en de schermen in het apparaat nog beter zijn, en dat voor minder geld. Ook fijn: het geluid komt uit de headset zelf, zodat je niets meer over je oren hoeft te draaien of stoppen om te kunnen horen wat er gebeurt. Er is een aansluiting voor een aparte koptelefoon, maar als je dat onhandig vindt hoeft het niet.

Er is echter wel één aspect van de Rift dat de Go niet heeft en dat is dat je positie in de ruimte niet wordt gezien. Het camerasysteem dat bij de Rift zit is wel extra gedoe om op te zetten, maar het zorgt er wel voor dat je serieus kunt bewegen in VR. Dat kan met de Go niet: je hoofd kan alle kanten uit, maar dat is het dan ook. Alle andere bewegingen zul je op een andere manier moeten simuleren.

Powered by WPeMatico