Vermoedelijk heb je het overal al gehoord en gezien: de nieuwe God of War is een hele goede game. Zo goed zelfs dat ik veel te lang nodig heb gehad om het einde te zien. Niet omdat het niet lukte, ik er te weinig uren in heb gestopt, maar puur omdat het iets heeft gedaan dat me nog maar zelden overkomt: me zo vasthouden dat ik per se alles wilde doen dat de game te bieden heeft. Hoewel de platinum trophy nog heel even buiten bereik blijft heb ik inmiddels wel genoeg gezien en gedaan om te kunnen zeggen waarom ik God of War zo goed vind.

Kratos is niet meer dezelfde altijd boze Griekse halfgod die we uit de eerdere delen kennen en is inmiddels vader. Samen met zoon Atreus (voornamelijk bekend onder de naam “boy!”) lijkt hij verhuisd naar het land der Noordse sagen en als we de twee onder controle krijgen zijn ze zich klaar aan het maken voor het verstrooien van de as van Atreus’ moeder, die net overleden is. Van daaruit ontwikkelt zich een avontuur dat je door bijna alle plekken die je inmiddels wel kent uit de Thor-films. Beginnend in Midgard komen vader en zoon terecht in bijna alle -heimen die in de setting van Odin, Thor en Baldr van belang zijn, behalve Asgard.

Powered by WPeMatico