“Franse auto’s”, zo zei mijn moeder vroeger altijd, “die kun je niet vertrouwen. Altijd gedoe mee.” Ik heb het grotendeels voor waarheid aangenomen en braaf Duits en Amerikaans gereden. Inmiddels is dat cliché helemaal niet meer waar, maar toch zou ik niet snel een Franse voiture kopen. Ik heb er dus geen ervaring mee, wil ik maar zeggen. Toen ik de vraag kreeg of het me leuk leek om een Citroën te testen zag ik dat wel zitten (want testen kost geen investering), totdat ik hoorde ik welke het was: de Citroën C4 Cactus.

Oh nee, geen Cactus.

Alles behalve een Cactus.

De Cactus, weet je vast als je er ooit eentje hebt gezien, is namelijk een love it or hate it-auto en je kunt wel raden in welk kamp ik zit. Maar goed, niet zeuren, is altijd leuk om een nieuwe auto te rijden en het uiterlijk nam ik dan wel ook de koop toe. Dacht ik.

Waar zijn de stootkussens gebleven?

Toen zag ik echter de nieuwe Cactus en bleek dat er toch best veel mensen waren die geen fan waren van de…eh…specifieke stijl die de auto tot nu toe had gehad. In Nederland zijn er veel fans, zo vertelde men bij Citroën, maar internationaal viel het design niet goed en werd het veranderd. Met succes, mag ik wel zeggen: na een paar weken rijden met de nieuwe Cactus ben ik namelijk niet alleen fan van hoe ‘ie rijdt, maar ook van het ontwerp van de nieuwe C4.