Eindelijk is het zover, een echte Pokémon-game voor op je tv die er uitziet alsof het zo uit de anime komt. Met dat alleen is Pokémon Let’s Go al geslaagd, maar Nintendo kiest voor meer vernieuwing dan alleen de grafische kant van de game. Zo is de gameplay deels op de schop gegaan, geïnspireerd door wat Pokémon Go teweeg heeft gebracht.

Nu was ik niet heel gecharmeerd van Pokémon Go. Het idee is natuurlijk goud waard, maar met name de gevechten laten te wensen over. Gelukkig zit Pokémon Let’s Go precies tussen de oude Pokémon-games en Pokémon Go in. Het vangen van pokémon gaat nu zoals in Pokémon Go: ballen gooien totdat ‘ie erin blijft zitten.

Elke pokémon die je vangt geeft je hele team experiece, dus je kunt nog steeds trainen, alleen nu door wilde pokémon te vangen in plaats van ze te verslaan. Daarnaast kent de game de nodige ‘quality of life’ verbeteringen die hoog nodig zijn met dit nieuwe systeem. Je kunt nog steeds maximaal zes pokémon in je team hebben, maar je kunt ze nu overal meteen vanuit het menu wisselen, in plaats van telkens terug te moeten naar een pokécenter. Ook kun je, net zoals in Pokémon Go, overbodige pokémon (sorry, Pidgey #2641) naar professor Oak sturen in ruil voor wat candy’s. Die candy’s verbeteren (afhankelijk van het soort) de stats van je pokémon. Dat zijn dan weer de klassieke stats zoals je ze van een Pokémon-game gewend bent: attack, defense, speed et cetera.