eHealth wordt steeds meer bepaald door smartphone

Digitale zorgprocessen (eHealth) krijgen de laatste jaren steeds meer vorm. Nog steeds verloopt deze ontwikkeling traag. Zo sneuvelde het elektronisch patiëntendossier in 2011 en is het pas sinds kort mogelijk om als patiënt met een online Persoonlijke Gezondheidsomgeving zelf alle medische gegevens op te vragen bij de huisarts en het ziekenhuis en dit vervolgens te delen met alle belanghebbenden. Met name op het gebied van privacy worden er terecht veel kanttekeningen geplaatst bij het digitaal uitwisselen van gezondheidsgegevens. Maar de noodzaak tot het verbeteren van zelfzorg komt steeds hoger op de agenda te staan. Helemaal door de coronacrisis is de aandacht voor een digitale transitie toegenomen. Zorg op afstand is noodzakelijk en gewenst. En onze smartphone vervult daarbij een sleutelrol. Maar waarom is het juist dit apparaat dat vaker als ontbrekende schakel fungeert tussen ons lichaam en de gezondheidszorg? Er zijn een aantal belangrijke factoren die dit proces versnellen en onze zorg stuwen richting een nieuwe generatie eHealth.

Smartphone wordt nog smarter

Smartphones worden steeds slimmer. Het brein van de telefoon, oftewel de processor, wordt steeds krachtiger. Zo kunnen grote zorgapps zonder problemen snel worden opgestart en werken ze zonder haperingen. Daarnaast kan er steeds meer werkgeheugen en opslaggeheugen worden toegevoegd aan de smartphone. Er kan meer data worden opgeslagen en het wisselen tussen verschillende opgestarte apps verloopt soepeler. Verder bevatten de nieuwste telefooncamera’s veel megapixels, waardoor foto’s gedetailleerder worden weergegeven. En batterijen met veel capaciteit voorkomen dat je dagelijks je smartphone dient op te laden. Kortom, de techniek van de smartphone staat toe dat er steeds meer zorgprocessen via dit apparaat kunnen plaatsvinden.

Meer meten en weten met nanotechnologie

Onderzoekers slagen er in om op steeds kleinere schaal toepassingen te ontwikkelen die in staat zijn om zelfstandig ons lichaam gedetailleerd te onderzoeken. Met een zogenaamde lab on a chip, worden laboratorium processen op een enkele chip gezet. Zo kan er thuis zelf een bloed of urine sample worden toegevoegd aan de chip, waarna de analyse op de smartphone plaatsvindt. Die kan direct een diagnose stellen en een behandeling adviseren. Daarnaast kunnen minuscule sensoren worden toegevoegd aan apparaten die metingen uitvoeren in of rondom het lichaam. Ze zitten bijvoorbeeld in de wearables die je draagt, zoals een smartwatch die de bloeddruk meet. Echter, het zal steeds gangbaarder worden om dergelijke sensoren voor korte of lange termijn in je lichaam te plaatsen. Bijvoorbeeld in de vorm van een pil die je inslikt en waarbij vervolgens de lichaamstemperatuur en de tekorten aan vitaminen en mineralen worden gemeten door de sensor (ingestibles). En met een injectie kan een sensor in de bloedbaan worden gebracht om daar de glucosespiegel van diabetespatiënten continu te monitoren (embeddables).

Mobiel internet verbetert

Binnenkort kan met 5G (en daarna met 6G) de online data uitwisseling sterk toenemen. Het is noodzakelijk geworden om deze nieuwe generaties van mobiele netwerken te gebruiken. Het aantal mensen dat online actief is neemt toe, evenals het aantal apparaten dat online wordt gebruikt. Niet alleen een laptop en gsm zijn online verbonden, maar ook auto’s, gadgets, huishoudelijke apparaten en dus ook de eerder genoemde gezondheidstoepassingen, die ons 24 uur per dag kunnen monitoren. In vergelijking met 4G kunnen al deze apparaten sneller, betrouwbaarder en op veel grotere schaal gebruikmaken van de vijfde generatie mobiele netwerktechnologie.

Machine learning

Nu mensen thuis steeds meer zelf kunnen meten en diagnosticeren hoeft een arts niet altijd meer in actie te komen. Data wordt gedeeld via de app op de smartphone en het eerste contact kan met een videocall plaatsvinden. Slechts bij uitzonderlijke waardes kan een patiënt gevraagd worden om daadwerkelijk op controle te komen.Maar de online uitwisseling van data biedt niet alleen voordeel in het bieden van zorg op afstand. Als we in de toekomst massaal gezondheidsdata gaan delen dan kunnen we veel meer te weten komen over ons lichaam. Op basis van grote hoeveelheden aan data kan met machine learning processen steeds beter worden voorspeld of iemand een aandoening heeft of dat een bepaalde behandeling niet effectief genoeg is. Computers werken op basis van patroonherkenning uit een grote bak aan kenmerken. Dit gebeurt aan de hand van een grote hoeveelheid anonieme of gepseudonisimeerde data. Die wordt razendsnel geanalyseerd door krachtige computers. Iets wat te veel tijd in beslag neemt als het wordt uitgevoerd door menselijk handelen. Daarnaast is het mogelijk om de krachtige computers te laten leren van de eigen fouten en om zichzelf te verbeteren.

In de praktijk?

Mensen zullen steeds meer data vergaren van het eigen lichaam en dit online delen. Gezonde mensen kunnen er bijtijds achter komen dat ze ziek zijn, omdat een sensor dat aangeeft. En patiënten kunnen effectiever worden behandeld, omdat ze steeds meer zelf kunnen monitoren. Bijvoorbeeld door continu bloeddrukgegevens te delen met de arts of door pillen te voorzien van een sensor die aangeeft of het medicijn daadwerkelijk is ingenomen. Maar uiteindelijk zal de zorg pas echt stappen maken als we steeds meer data hebben. We kunnen inmiddels zelf haarscherpe foto’s van het eigen lichaam maken en delen met de arts. Bijvoorbeeld foto’s van het gebit of van verdachte plekken op het lichaam. Die worden binnenkort met behulp van 5G razendsnel verstuurd. Door de hoge camerakwaliteit van de modernste smartphones zijn de foto’s steeds beter te analyseren door computers. De nieuwste foto’s worden vergeleken met gigantische hoeveelheden aan vergelijkbaar materiaal. En zo herkent de computer veel sneller dan een arts of er sprake is van bijvoorbeeld aan aandoening. Kortom de mogelijkheden zijn eindeloos. Maar in tijden van een coronacrisis met een toegenomen werkdruk, opgelopen zorgkosten en gestegen wachtlijsten zijn dergelijke innovaties meer dan welkom. Tijd dus om ons mobieltje het werk te laten doen.

Deze blogpost is geschreven door: Sebas Eikholt.

[Fotocredits © santiago silver – Adobe Stock]

BRON: Dutchcowboys

Aanbevolen artikelen